Inloggen

Wachtwoord vergeten?

Bij manta’s en draken

In Komodo waan je jezelf in een aflevering van Blue Planet 2. Manta’s, schildpadden en alle vissoorten uit de Indische en Stille Oceaan trekken massaal aan je voorbij.

Manta point

Makassar Reef heet vandaag Manta Point. Het is een kilometerslange duikplaats in de nauwe zeestraat tussen Komodo en Tatawa. Van een rif is nauwelijks sprake. Het getij perst het water zo hard tussen de eilanden door dat alle koraal hier met de grond gelijk is gemaakt. We driften over een kale vlakte van koraalpuin. Later verschijnen wat meer blokken en stukjes rif. Diep zitten we niet: maximaal 10 meter. Het zicht is door het massaal aanwezig plankton matig, soms niet beter dan Bergse Diepsluis op een goede dag. Maar juist het plankton zorgt hier voor de hoofdact: manta’s! Prachtige sierlijke dieren zijn het en ze lijken zich niks aan te trekken van de stroming. Met de flappen aan de bek naar voren gericht zijn ze gestroomlijnder dan een B2 bommenwerper. Een achteloze beweging van de vleugeltips lijkt genoeg om ze tegen de stroming in te laten zwemmen. Jaloersmakend. Een drietal glijdt in formatie voorbij, ze blijven op gepaste afstand. Dan duwt de stroming me recht naar een groot blok koraal dat dienst doet als poetsstation. Ik dump alle lucht uit mijn wing en druk me tegen de bodem. Als ik opkijk zie ik dat er iemand thuis is: een zwarte manta van wel 3 meter spanwijdte laat zich geduldig ontdoen van parasieten. Schijnbaar bewegingloos staat het machtige dier schuin achter het blok, terwijl de poetsvisjes heen en weer schieten. Ik kom iets te dichtbij naar mijn zin en klauw haaks op de stroming over de bodem naar een plek op wat meer afstand waar we het tafereel een minuut of 5 gadeslaan.

Dr. Evil en Nico

Zodra we de bodem loslaten driften we verder. Als ik een manta volg die voorlangs zwemt, komt er ineens een schaduw over me heen van een tweede manta die achterlangs over me heen komt. Het is een geweldig gezicht om ze zo rustig te zien passeren. Vreemde en vreedzame wezens van de diepte die nieuwsgierig (geamuseerd?) terugkijken naar die bellenblazende sukkelaars. “Mantamatcher” houdt bij welke individuen er op het rif leven. Iedere manta is te herkennen aan een uniek vlekkenpatroon op de buik. Duikers kunnen mantafoto’s uploaden in de database van Mantamatcher.org en als het een nieuw individu is mag je hem of haar een naam geven. Dat leidt tot spannende namen als V for Vendetta, Dr.Evil of Batgirl. Maar een Roos, Steven en Nico zwemmen hier ook. Veel van deze manta’s zijn honkvast en blijven in de buurt. Sommige exemplaren maken reizen tot 400 kilometer: de zogenoemde “Jetsetters”, naar hun reislust. Aan het einde van de duik hebben we een aanvaring met een titan trekkersvis die zijn nest verdedigt. We zwemmen ongemerkt zijn territorium in en hij komt meteen ruzie zoeken. Met de flitsers van de camera hou ik het beest van me af tot de gidsen ertussen springen en hem met hun pointers tot kalmte manen. Als we verder zwemmen ligt hij gedwee op z’n nest en loert ons vanuit de ooghoeken na. Roni probeert als we wegzwemmen Peter nog even in het nest te duwen. Komodo gidsenhumor.

Beschermd

Het Komodo National Park bestaat uit 3 grote eilanden en nog eens zo’n 90 kleine eilandjes voor de kust van Labuan Bajo op Flores. Het park is in 1980 opgericht om de Komodovaraan (Varanus komodoensis) te beschermen. Intussen is 1817 km2 land en zee beschermd natuurgebied, met plannen om dit uit te breiden tot 2321 km2. In 1986 werd het park door UNESCO uitgeroepen tot werelderfgoed en een Man and Biosphere Reserve. De grote eilanden Komodo en Rinca zijn het domein van de grote varanen. Onder water vind je uitbundige, kleurrijke en ogenschijnlijk gezonde koraalriffen met iets van 260 soorten hard en zacht koraal, 70 soorten sponzen en meer dan 1000 soorten vis. Komodo staat bekend om de manta’s. Maar er zijn ook haaien, heel veel schildpadden en zeezoogdieren als walvissen en dolfijnen. Om er te mogen duiken betaal je per dag een toegangsprijs die tot frustratie van het parkbeheer en de duikscholen in zijn geheel naar Jakarta verdwijnt. Er wonen bijna 4000 mensen in het park, vooral lokale vissers die er voor eigen levensonderhoud mogen vissen.

We maken deze week dagtochten naar het park vanuit Labuan Bajo op Flores. Met de “Naring” van Divine Diving doen we er enkele reis 2 uur over. Geen straf want vanaf het loungedek zien we knalgroene eilandjes omzoomd door mangroves in een turquoise zee aan ons voorbij glijden. Met Divine Diving maken we 3 duiken per dag in Centraal- en Noord-Komodo. De begeleiding is persoonlijk en een klasse apart. Dat moet ook wel. Komodo ligt in een gebied waar ieder etmaal 2 keer een enorme watermassa van de Flores Zee naar de Indische Oceaan stroomt (of omgekeerd). Tussen al die eilanden levert dat harde en grillige stromingen op. Een boeitje is een standaard uitrustingsstuk en ik had al ongemakkelijk naar de verbogen pointer van gids Roni gekeken. Niet nodig. Tijdens de briefing leer ik een nieuw woord: “current line” ofwel stromingslijn. De gidsen weten precies hoe de getijden zich bewegen en wat de stromingen doen. Ze lezen het water zoals wij een mailtje. De meeste duiken maken we in de luwte van een rotspartij of een rif en we spreken gebaren af die aangeven waar de stroming te heftig wordt. Dan keren we om. Zolang je je niet tegen de stroming verzet heb je een heerlijk lange ontspannen duik. Sterker nog, als er bij een duik op Makassar Reef een keer geen stroming staat (kentering), zijn we teleurgesteld dat we zelf moeten zwemmen… Bovendien zijn alle duiken hier ondiep. We komen zelden dieper dan 20 meter, ook omdat er geen decompressietank is op Flores.

Oude knar

Siaba Besem is zo’n plek waar we een duik maken in een beschermde baai met weinig stroming. Een koraalhelling loopt af tot 18 meter en komt uit op de geul tussen 2 eilanden. In de geul stroomt het wel dus met een vuist op de palm van zijn hand geeft Peter aan dat we terugkeren. We zweven over enorme formaties steenkoraal. Op sommige plekken is goed te zien dat hard en zacht koraal vechten om een plekje op het overvolle rif. Het zachte koraal dringt binnen in het domein van het harde koraal dat aan de randen wit wordt: vermoord door zijn weke soortgenoot. Het rif is in een prachtige conditie, iedere centimeter is begroeid. En het barst er van de schildpadden. De eerste ligt schuin tegen een groot blok koraal uit te rusten. Hij laat me heel dichtbij komen voor nadere inspectie. Als ik achteruit zwem en het blok bekijk zie ik nog 3 schildpadden. Eentje pontificaal bovenop en 2 er half onder. We zwemmen verder langs de versteende slavelden en slaan linksaf. Weer een schildpad peddelt voorbij en we komen bij een stukje zandbodem tussen twee richels koraal. Hier staat een doopvontschelp. Groot, maar niet heel mooi van kleur jammer genoeg. Aan het einde van de duik vinden we een oude knar van een schildpad, meer dan 2 meter lang met een dicht begroeid schild. Hij heeft een nest gemaakt in het koraal. Meneer ligt in een ondiepe kuil met overal afgebroken koraaltakken om hem heen. Als ik de camera onder z’n bek manoeuvreer voor een foto kijkt hij alleen maar droog terug.

We duiken 3 keer op Batu Bolong, een van de iconische duikplaatsen van het Komodo National Park. Het is een piepklein eilandje, meer een rots die boven het zeeoppervlak uitsteekt. Onder water loopt een steile helling naar 45 meter diepte. De stroming bepaalt aan welke kant we duiken en tot hoever. We zakken af naar twintig meter en stijgen achter de rotspartij in een uurtje op. Alle vissoorten die de Indische Oceaan en de Stille Oceaan bij elkaar rijk zijn, lijken hier in enorme scholen om ons heen te zwermen. Juffers in allerlei patronen, vlagbaarsjes (niet zo feloranje maar meer oranjebruin), wimpelvissen, keizersvissen, koraalvlinders, snappers, fuseliervissen. Tegen de wand schorpioenvissen, tandbaarzen, murenes  en koraalduivels. Vanuit het blauw schieten grote jagers op de vissoep af: gigantische horsmakrelen en jonge blauwvin tonijnen. Kleurrijke, snelle knapperds zijn het. Een groepje van een zwartpunt rifhaai met twee grote trevally’s zwemt over het rif als een clubje pestkoppen op een schoolplein. Verderop laat een grote napoleonsvis zich poetsen. Heel voorzichtig kan ik dichtbij genoeg komen voor een foto. Onder een afdak van gorgoontakken verschuilt zich een grote kogelvis. Bewegingloos. Zijn psychedelische kleurenpatroon doet hem bijna wegvallen in de kleurrijke achtergrond. Zigzaggend omhoog langs de wand vergapen we ons aan de mateloze hoeveelheid leven.

Mantakoorts

Als we bij opkomend tij een laatste duik maken bij Makassar Reef slaat de mantakoorts weer toe. Aan de oppervlakte zien we 12 manta’s in een treintje achter elkaar het plankton naar binnen slobberen. Alleen de vleugeltips komen boven water. Vol verwachting springen we het water in en laten ons door de stroming meevoeren. Al snel doemt een eerste bakbeest op uit de mist. De meeste poetsstations zijn leeg, de manta’s zwemmen immers aan de oppervlakte. Met verdraaide nekken drijven we verder, de ogen naar boven gericht. We tellen er 7 in totaal deze duik, de meeste net onder de oppervlakte. Met als tussendoortje nog een zwartpunt rifhaai. Af en toe waag ik een sprintje naar boven als ik denk dat een manta op de goede koers ligt voor een foto. Aan het eind van de duik komt een indrukwekkend grote zwarte manta ons nog even uitzwaaien. We sluiten het duiken af bij Sebayur Kecil. De kleine drop-off van 6 naar 25 meter is een van de kleurrijkste plekken in het park. Hier drijven we langs grote waaierkoralen en vuistdikke takken zacht koraal in oranje, geel, wit, rood, paars of combinaties van die kleuren. Een grote rozewitte koraaltak steekt uit de wand, in fel contrast met de halfdonkere, blauwgroene achtergrond. Op het dak van het rif maken we onze veiligheidsstop.

Draken

De derde duik van de dag slaan we over om een korte wandeling te maken over Rinca. De Jurassic Park- achtige entree doet vermoeden dat hier de draken wonen. Het doet een beetje toeristisch aan. Bij de hutten van de parkwachters liggen 6 dikke varanen die op de etenslucht van de keuken afkomen en in het kamp hun kostje bij elkaar zoeken. Ze worden niet gevoerd en ze zijn er ook niet iedere dag dus we hebben geluk. De grootste is tegen de 3 meter lang. Ze maken een luie indruk maar het zijn vervaarlijke rovers. Ze kunnen flink uithalen met de staart en ze hebben een bek vol vlijmscherpe tanden met daarin een cocktail van 52 soorten bacteriën en gif. De gidsen hebben allemaal een dikke stok bij zich waarmee ze de varaan kunnen afweren maar onze gids vertelt dat de eerste keer dat hij ruzie had met een varaan, deze zijn stok doormidden brak en hij toen hard is weggelopen. De varanen kunnen heel even een sprint trekken van 20 km/uur. Daarna vallen ze uitgeput neer. Op het eiland jagen ze op geiten en herten. Als ze er een te pakken hebben dan slokken ze het dier in 10 minuten naar binnen en dan hebben ze voor een maand genoeg. Het kan gebeuren dat ze hun eigen jongen opvreten. De jonkies worden gegeten door de volwassen dieren en varanen besteden hun jeugd tot 2 jaar daarom zo veel mogelijk in de bomen.

Groei

Komodo heeft nog iets ongerepts. Onder water waan je jezelf in een aflevering van Blue Planet 2 met een rijkdom die je zelden ergens anders zult tegengekomen, en met de manta’s steeds als kers op de taart. Nog nooit zag ik in een reis zo veel manta’s bij elkaar, de mantakoorts liep iedere duik verder op. Tegelijkertijd is goed te zien dat de duikindustrie in Labuan Bajo een enorme ontwikkeling doormaakt. De laatste 5 jaar is het aantal duikcentra sterk gegroeid. Er zijn er nu ongeveer 40. Het aantal boten en duikers is navenant toegenomen. Het werk is gestart aan een nieuwe haven. Het duurt misschien niet meer lang voor de vismarkt en de rommelige lokale winkeltjes met hun charme plaats moeten maken voor hotels en resorts. Wat het effect zal zijn op het rif en de manta’s? Laten we hopen dat ze niet allemaal spontaan “Jetsetters” worden.

Komodo algemeen

FLORES ligt twee eilanden verder dan Bali, ten zuiden van Celebes. Het eiland is ongeveer 350 kilometer lang met een bevolking van 2,2 miljoen. Het duiktoerisme rond Labuan Bajo is sterk in opkomst. Daarnaast leeft de bevolking van landbouw (o.a. rijst, koffie, vanille) en visserij. In het binnenland is men overwegend katholiek (een overblijfsel van de bezetting door de Portugezen) en aan de kust moslim. Flores wordt over de volle lengte doorsneden door bergruggen met vulkanen, waarvan sommige nog actief.

REIS: Wij vlogen met Garuda Indonesia van Amsterdam naar Jakarta met een aansluitende vlucht naar Labuan Bajo. Duikers die de hele vlucht met Garuda doen mogen 30 kilo bagage meenemen plus 23 kilo duikbagage, ook op de binnenlandse vluchten.

BESTE REISTIJD: Flores kent een natte en een droge tijd. De beste reistijd is van maart t/m juni en van oktober t/m december.

VACCINATIES: DTP en Hepatitis A. Zie de website van de GGD voor actuele informatie.

ELEKTRICITEIT: 220V. Je hebt geen verloopstekker nodig.

VALUTA: Indonesische Rupiah. Een Euro is IDR 16.000,00. (januari 2022)

TAAL: Indonesisch, de gidsen spreken goed Engels. Bij Golo Hilltop en Divine Diving wordt Nederlands gesproken.

SOORT DUIKEN: Bootduiken, stromings-/driftduiken. Zorg dat je een aanwijsstok en boeitje met spoel bij je hebt.

CORONA: De kleurcode van het reisadvies voor Indonesië is voor het grootste deel oranje en rood. De grenzen van Indonesië zijn, met uitzondering van bepaalde categorieën, tijdelijk gesloten voor buitenlandse reizigers. Kijk voor de actuele situatie op de website van de Nederlandse overheid .

Deze reis kwam tot stand in samenwerking met Eigen Wijze Duikreizen. www.ewdr.com

Dit is ook Komodo!

Door het bergachtige landschap is Flores ook boven water zeer de moeite waard. De route van west naar oost is ongeveer 350 kilometer maar door alle bergwegen leg je meer dan 700 kilometer af. Trek een paar dagen uit om het eiland te verkennen en sla het Kelimutu National Park zeker niet over. Hier vind je drie vulkaanmeren met elk een andere kleur, variërend van jadegroen tot felblauw en rood. Of bekijk de rijstvelden in de vorm van een spinneweb. Het aantal spaken laat zien hoeveel leden van een clan een deel van het rijstveld bewerken. Op anderhalf uur rijden van Labuan Bajo ligt de Cunca Rami waterval. Vanaf de auto is het nog een trektocht van een uur door een dicht bos over een glibberig paadje dat steil naar beneden gaat, de kloof in. Het water valt van 45 meter hoogte in een grote poel – je kunt er zwemmen – en vervolgt daarna zijn weg door de groene vallei. De terugweg gaat steil omhoog over hetzelfde paadje. Onderweg lopen we door een prachtig woud. Avocado’s vallen uit de bomen en gids Josh laat me de “candlenut” zien: een noot die veel olie bevat en voor er elektriciteit was werd gebruikt als kaars.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Velden met * zijn verplicht *

Nieuwsbrief