Inloggen

Wachtwoord vergeten?

Natuur / Reizen

Expeditie Trondheim Fjord – op zoek naar koudwaterkoralen

Bas Poelmann aarzelt geen seconde. Samen met Melvin Redeker en Fiona van Doorn gaat hij in Noorwegen op zoek naar koralen die normaalgesproken alleen op heel grote diepte voorkomen.

December 2019. De telefoon gaat. Melvin aan de lijn. Of ik zin heb om samen met hem en Fiona op zoek te gaan naar koudwaterkoraal. Hij wil het filmen – er schijnen nog maar weinig filmbeelden van te bestaan. Snel pak ik mijn agenda om een week te blokken – de woorden “Ja, natuurlijk” zijn mijn mond al uitgefloept.

Relatief ondiep

We moeten naar het Trondheim Fjord in Noorwegen, daar groeit het koudwaterkoraal door een unieke combinatie van duisternis, nutriënten en stroming relatief dicht onder de oppervlakte. Relatief: normaal groeit dat spul pas op een diepte tussen 200 en 3000 meter, maar in het Trondheim Fjord komt het koraal al vanaf 45 meter voor. De koraalsoorten zijn uniek en groeien uiterst langzaam. Sommige nog levende riffen zijn duizenden jaren oud.

Melvin heeft veel research gedaan. Er is al eerder wetenschappelijk onderzoek met een ROV naar het zogenoemde ‘Tautra rif’ gedaan. Dit is een rif van hard, rifvormend koraal (Lophelia pertusa) dat groeit boven op een ‘eindmorene’, een soort gigantische drempel van grind en stenen die dwars in het fjord ligt, daar ooit achtergelaten door een lang geleden gesmolten gletsjer. De top van de eindmorene ligt op een diepte die goed bereikbaar is voor technische duikers. We weten dat de lokale Noorse duikclub af en toe op een klein stukje daarvan duikt en dat een lokale bioloog veel informatie heeft over de koralen. Melvin heeft al contact gelegd en heeft gegevens gekregen.

Complex

De logistiek is complex. De dichtstbijzijnde recompressiekamer is in Bergen, 700 km verderop. Er zijn in de buurt geen vulstations voor onze gassen. De lokale duikclub (in Trondheim, 1 uur rijden) vult alleen lucht en we zijn niet van plan dat voor iets anders te gebruiken dan het opblazen van onze droogpakken. We plannen duiken tussen 55 en 65 meter, zodat we de toppen kunnen bereiken van de eindmorene waar het Tautra-rif op groeit. Omdat we op rebreathers duiken, hebben we relatief weinig gas nodig, en we besluiten alles zelf vanuit Nederland mee te nemen. Uiteraard zuurstof voor de rebreathers, 15/55 als diluent, 18/45 als diepe bailout, 50% voor de bailout deco, lucht voor de droogpakken en nog meer 100% O2 voor noodgevallen. Overal voldoende van meenemen om een week lang dagelijks te kunnen duiken. Oh, ja, en veel dikke kleren en reservespullen. Veel reservespullen. Want lokaal kunnen we nergens op rekenen.

We gaan!

Vlak voor de eerste lockdown gaan we. Er is geen plaats meer voor mij in de auto: met alle duikuitrusting zit de gigantische 2-zits SUV al tot aan de nok toe vol, met de RIB op een boottrailer erachter. Melvin en Fiona rijden vooruit (over die trip kan je een apart reisverslag schrijven) en ik vlieg een paar dagen na hun vertrek in. Fiona komt mij van het lokale treinstation ophalen.

We huren een appartement direct aan een klein vissershaventje, op een steenworp afstand van de brug over het Skarnsundet, een smal stuk van het Trondheim Fjord. Het appartement ligt op nog geen 30 meter van de boot, die inmiddels al in het water ligt. Melvin en Fiona hebben al een duik op het bekende stukje van het Tautra-rif gemaakt en het kleine stukje rif ook daadwerkelijk gevonden. Later gaan we er naar terug om filmbeelden te maken.

Zoektocht

We besluiten om te kijken of we andere plekken kunnen vinden waar het koraal ook kan voorkomen. We bestuderen de dieptekaarten en stromingsgegevens van het fjord en selecteren een paar plaatsen die goede kans maken op de aanwezigheid van een van de drie soorten koraal waar we naar op zoek zijn. We kiezen een paar plaatsen uit waar we willen gaan zoeken. Eerst een relatief ondiep stuk met een glooiende helling en wat rotsformaties. Het wordt een leuke duik, en we zien wat kleine oranje waaiers (Paramuricea placomus) vanaf 25 meter. Als tweede optie hebben we een uitstekende rotsformatie die op de kruising van twee zijtakken van het fjord ligt. Het is een diepe, steile wand (de grotere koraalbomen Paragorgia arborea, een van de twee overgebleven soorten die we zoeken groeit alleen daar op, zo hebben we gehoord) en we vermoeden dat het er flink kan stromen. Dat heeft het koraal nodig om aan zijn voedingsstoffen te komen. We varen er naar toe en gaan vlak voor de kentering overboord. Een duik langs een spectaculaire verticale wand. Het water is helder, maar op deze diepte aardedonker. We trimmen uit op 55 meter. Op diepte aangekomen wil ik het frame met de videolampen uitvouwen om te zorgen dat Melvin voldoende licht heeft om te gaan filmen. De ring van mijn droogpakhandschoen plopt open en binnen een seconde staat mijn handschoen vol ijskoud water, dat meteen mijn polsseal begint binnen te lopen. Ik krijg de handschoen er gelukkig snel weer op gedraaid en we zetten de duik voort. Dat wordt een hele koude hand. We komen onverrichterzake boven. Geen koraal helaas.

We zijn nog steeds op zoek naar een mogelijkheid om op het Tautra-rif te gaan duiken. Het is ruim 1,5 uur varen. Het weer moet meezitten: het rif ligt midden in het breedste deel van het fjord en de kentering moet gunstig vallen. We hopen dat er later in de week een goed moment komt.

We besluiten het eerst dichter bij huis te zoeken. We leggen de boot vast aan de brugpijler, op 3 minuten varen van de haven. We dalen af langs de pijler en volgen dan de helling tot aan de drop off op 40 meter. We besluiten af te dalen tot 55 meter en de wand verder het fjord in te volgen. Fiona volgt ons met de boot. Al vanaf 35 meter zien we de eerste kleine oranje waaiers groeien. Hetzelfde soort als we al eerder gezien hebben. Hoe dieper het wordt hoe meer we ervan tegenkomen. Eerst nog hier en daar een plukje, maar als de helling vanaf 40 meter overgaat in een verticale wand, komen we steeds meer tegen en de waaiers worden ook groter.

— Ik laat me tot 65 meter zakken en richt de krachtige videolampen recht naar beneden. Een eindeloze wand voor zover ik in het kraakheldere water kan zien, volledig begroeid met de kleine rode waaiers. —

IJsschotsen

De volgende twee dagen duiken we vanaf dezelfde plek, maar nu iets verder in de Skarnsundet. We hebben de kleine oranje waaiers nu volop gevonden: onder een overhangende wand is het volledig begroeid, maar volgens de lokale bioloog groeien er ook hele grote koraalbomen van de andere soort: Paragorgia arborea. Die willen we filmen! Het is kouder geworden en er is een dik pak sneeuw gevallen. Er drijven ijsschotsen door het fjord en die schuren langs de RIB. De boot gaat voor anker op de ondiepe helling vlak langs de kant. Aan de oppervlakte is het water 0,3 graden. Op diepte loopt dat gek genoeg op tot 6 graden. We zullen onze laatste decostop van bijna 30 minuten op 6 meter moeten maken in water van 3 graden. Fiona moet de ijsschotsen wegduwen terwijl wij naast de boot liggen om onze bail out flessen aan te clippen. Direct naast het anker treffen we een zeewolf aan, die zich rustig laat filmen. We zwemmen verder richting de dropoff. Ik laat me tot 65 meter zakken en richt de krachtige videolampen recht naar beneden. Een eindeloze wand voor zover ik in het kraakheldere water kan zien, volledig begroeid met de kleine rode waaiers, maar geen Paragorgia arborea. Volgens de dieptekaarten is het hier ruim 200 meter diep. Ik geloof het – de dieptemeter van de boot reikt niet eens zo diep.

Roze popcorn

Uiteindelijk doemt er een grote Paragorgia arborea koraalboom van 3 meter doorsnede op in Melvins videolampen. We schreeuwen het uit door de slangen van onze rebreathers. Het lijkt wel gemaakt van roze popcorn, zo ziet het eruit. Ik licht bij met de krachtige videolampen en Melvin filmt het uitgebreid. Eindelijk succes! Na bijna 90 minuten moeten we nog een paar ijsschotsen ontwijken en steken we, met een brede glimlach op de blauwe lippen, het hoofd weer door het ijskoude oppervlak.

Het kan!

Rest ons nog het Tautra-rif. Op de laatste dag doet zich eindelijk de gunstige combinatie van factoren voor. Weinig wind en kentering op een gunstig tijdstip. Het vriest echter wel 10 graden. Best koud als je 1,5 uur met 40 km/u op een onbeschutte RIB moet zitten en dan nog het water in moet. We proberen of we kunnen duiken op andere ‘ondiepe’ delen van de eindmorene waar Melvin en Fiona nog niet zijn geweest. Op de kaart stond dat er een paar ondiepe toppen van de rug rond 50m zouden moeten liggen. Volgens het onderzoek met de ROV zouden daar ook koraalrifjes op moeten groeien, maar er is nog nooit op gedoken. De toppen zijn net bereikbaar voor onze planning: de wanden zijn immers steil en we verwachten niet precies op de top uit te komen. We nemen de tijd om op de dieptemeter de juiste plekken te vinden. We vinden een paar toppen, maar die liggen niet ondieper dan 60 meter. We kunnen het anker natuurlijk niet boven op het koraal gooien, dus de kans dat we daar precies bovenop landen is niet zo groot. Aan de ene kant wordt het 150 meter diep, aan de andere kant 250 meter.

Fikse stroming

We besluiten daarom toch maar te gaan duiken op de plek waar Melvin en Fiona al eerder zijn geweest. Dat is met 45 meter goed bereikbaar en geeft voldoende tijd om uitgebreid te filmen. We gooien het anker bewust naast het koraalrif om schade aan het unieke, uiterst langzaam groeiende koraal te voorkomen. Beneden aangekomen blijkt het anker wel erg ver van het rif te zijn gevallen: het ligt op de steile grindhelling op 55 meter. Aan de oppervlakte was het heel rustig, maar op deze diepte staat er een keiharde stroming die over de rug van de eindmorene naar beneden komt zetten. Het lijkt wel of de hele fjord wordt doorgetrokken en wij in het putje zitten. We kunnen de rug zien liggen, 10 meter boven ons. De stroming is zo hard, dat we het anker niet eens kunnen loslaten. Daar lig je dan, eindelijk op de plaats van bestemming, met je vinnen in het grind gestoken om grip te vinden, een hand aan het anker en de andere hand aan de loop van de rebreather om te voorkomen dat ie uit je mond getrokken wordt door de stroming. Bij elke beweging die we maken schuift het anker 15 cm van de helling af: het heeft weinig grip in het losse grind. We zakken steeds verder de diepte in. Het anker loslaten is geen optie: achter ons is het 250 meter diep. Dit is geen doen. Ik geef het sein einde duik. Melvin twijfelt maar ziet ook geen mogelijkheid om tegen de stroming in te komen en komt achter me aan: goed vasthouden aan de lijn en weer terug omhoog. Op 30 meter is de stroming weer verdwenen. De 10 minuten op de bodem hebben ons toch nog wat minuten deco opgeleverd, dus na een klein half uurtje steken we ons hoofd weer door het oppervlak. We geven het OK-teken aan de boot, maar Fiona weet al dat het niet succesvol was.

We moeten nog een keer terug om Lophelia pertusa op de film vast te leggen…

— Daar lig je dan, eindelijk op de plaats van bestemming, met je vinnen in het grind gestoken om grip te vinden, een hand aan het anker en de andere hand aan de loop van de rebreather om te voorkomen dat-ie uit je mond getrokken wordt door de stroming. —

De foto’s bij dit verhaal zijn stills uit de filmbeelden die Melvin tijdens de expeditie heeft gemaakt.

Bigblue Dive Lights heeft voor de expeditie twee 30.000 lumen videolampen ter beschikking gesteld.

Tijdens Duikvaker VirtualXpo heeft Melvin Redeker een presentatie over de expeditie gegeven op de stand van Ursuit. Klik op de link om het webinar mét filmbeelden te kijken.

9 reacties

  1. Avatar

    Mooi verhaal. Maar waarom doe je zoiets midden in de winter en niet in de Noorse zomer?

    REAGEREN
    • Avatar

      In de winter geen planktonbloei.

      REAGEREN
  2. Avatar

    Schitterend verhaal om te lezen!

    REAGEREN
  3. Avatar

    Wij waren in Noorwegen in zomer vakantie vele jaren terug en hebben toen midden in de Trondheimfjord op het lophelia rif gedoken met de ondekker vandeze koralen in Noorwegen. In het boek van Erling Svensen marine fish and invertebrates staan mooie foto van wat wij gezien hebben. Vraag maar na bij Ron Offermans

    REAGEREN
    • Avatar

      Daar hebben wij ook een duik gemaakt. Tautra is mooi, maar skarnsundet in hetzelfde fjord is nog mooier en spectaculair duiken.

      REAGEREN
  4. Avatar

    Geweldig om ons in dit verhaal mee te nemen naar de schoonheid onder water. Respect om daar in die omstandigheden te kunnen duiken.

    REAGEREN
  5. Avatar

    Jacques
    Wat een prachtig en vooral ook interessant leesmateriaal. Jammer dat je er zo diep voor moet om dit mooist te kunnen zien.

    REAGEREN
  6. Avatar

    Zijn er al plannen om terug te gaan? En zoeken jullie dan extra teamleden?

    REAGEREN

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Velden met * zijn verplicht *

Nieuwsbrief