Inloggen

Wachtwoord vergeten?

Foto en film / Materiaal / Materiaaltest

Test: Nikon Coolpix W300 compact camera

Onderwaterfotograaf Ron Offermans nam de Nikon Coolpix W300 voor een test mee onder water. Hoe denkt hij over deze compacte camera?

Nikon heeft al lange tijd een aantal cameramodellen die je kunt scharen onder de noemer ‘amfibiecamera’. Ze worden in de markt gezet als robuuste outdoor en all weather camera’s. Je kunt er ook mee snorkelen, maar voor echte onderwatercamera’s was de diepte waarop ze gegarandeerd niet vollopen, tot nu toe nog te gering. Maar het nieuwste model, de Coolpix W300, wordt door Nikon gegarandeerd tot 30 meter. Dat begint er natuurlijk op te lijken. Voor mij een reden deze camera eens aan de tand te voelen.

Geen onderwaterhuisje

De Nikon Coolpix W300 is een kleine en compacte amfibiecamera. Er is geen onderwaterhuisje voor beschikbaar. Dat lijkt misschien ook overbodig omdat de camera tot 30 meter diepte waterdicht is, maar mijn ervaring is dat langdurige inwerking van zout water een camera uiteindelijk geen goed doet. Het is daarom ook aan te raden de camera na elke duik in zout water zorgvuldig te spoelen om er zo lang mogelijk plezier van te hebben.

Een ander voordeel van een onderwaterhuisje is dat de bedieningsknoppen hierop altijd groter en robuuster zijn dan op de camera zelf. De knoppen op de camera zelf zijn met duikhandschoenen heel moeilijk te bedienen. In de tropen met blote handen zal dit een stuk beter gaan.

Externe flitser

Een onderwaterhuisje is ook vaak de enige mogelijkheid om extra hulpstukken zoals lensconverters en externe flitsers op de camera te bevestigen. Extra lenzen zijn daarom waarschijnlijk ook niet beschikbaar voor de W300, maar Nikon heeft wel een heel ingenieuze constructie bedacht om een externe flitser aan te sluiten. Deze bestaat uit een flitsarm met een grondplaat met daarop een speciale adapter die de flitser afschermt. Op die afscherming zit een aansluiting voor een glasvezelkabeltje dat verbonden kan worden met de Nikon SB N-10 onderwaterflitser, maar ik neem aan dat andere onderwaterflitsers ook aangesloten kunnen worden.

Instelmogelijkheden

Het aantal instellingen van de W300 is beperkt, wat kenmerkend is voor een point and shoot camera. De belichting kan alleen automatisch worden geregeld, maar de instelmogelijkheden voor de witbalans zijn ruim. Zelfs handmatige witbalans is mogelijk. Aan de andere kant kan de camera geen RAW-bestanden maken en dat is bij onderwaterfotografie natuurlijk een gemis.

Speciaal voor duiken en snorkelen zit er een dieptemeter op de camera. Je kunt dit zelfs in een grafiek aflezen.

Praktijk

Voor een ervaren onderwaterfotograaf voelt het wat vreemd om met zo’n kleine camera geheel zonder bescherming en zonder externe flitser onder water te gaan. Ik heb bewust geen externe flitser meegenomen omdat ik de camera echt wilde testen op zijn super compactheid.

Mijn praktijktest vindt plaats in begin april waarbij het water nog maar slechts zes graden is. Dit betekent dat ik mijn drievingerige 7mm wanten nog aan heb. Dat is beslist niet handig bij zo’n camera. De bedieningsknopjes zijn hier niet op berekend. Op een bepaald moment heb ik een schelpje moeten pakken om daarmee het juiste knopje in te drukken, anders activeerde ik steeds het prullenbakje en dat schiet niet op bij een test. Met dunnere handschoenen zal dit uiteraard eenvoudiger zijn en in de tropen met blote handen is de camera absoluut prima te bedienen.

Mijn eerste opnamen heb ik gemaakt met het interne flitsertje. Hierbij merk je meteen dat deze heel dicht naast de lens zit. Elk stofje, in het toch wel redelijk heldere Grevelingenwater, wordt hierbij sterk geaccentueerd.

Na een paar shots besluit ik al om deze te deactiveren en verder mijn duiklamp te gebruiken die ik op grotere afstand en met een grotere hoek kan gebruiken. Dit werkt een stuk beter. Wel moet je ook hiermee oppassen dat je de lamp niet te veel op lichte onderdelen richt omdat het dynamisch bereik bij een camera met zo’n kleine beeldsensor beperkt is en lichte onderwerpen al snel gaan clippen. Als ik dat een beetje doorheb, kan ik lekker aan de gang. Meteen merk ik al dat je met zo’n kleine camera ontzettend flexibel bent. Je kunt ermee op plaatsen komen die met een grote camera absoluut onmogelijk zijn. Als je de camera verticaal gebruikt, kun je het lensje op een paar centimeter boven de bodem houden. Met een beeldhoek van een 24 mm (kleinbeeld-equivalent) en een minimale scherpstelafstand van 1 cm biedt dat werkelijk ongekende cameraposities. Zelfs in vergelijking met Olympus Tough (ook zonder huisje) is het verschil tussen lens en bodem best groot.

Met een amfibiecamera zonder onderwaterhuis kun je ook werkelijk gebruikmaken van de korte instelafstand. Bij ingebouwde camera’s is dat alleen theoretisch mogelijk omdat het lenspoortje het praktisch onmogelijk maakt.

Ik heb daar dan ook optimaal gebruik van gemaakt en de meeste opnamen heb ik dan ook in verticale positie gemaakt.

Bij een zeedahlia kan ik de camera zo goed als tegen de tentakels aan houden. Wat een bijzonder perspectief en dieptewerking oplevert.

Net als de foto van de penseelkrab waarbij de schaar met het  penseeltje mooi naar voren komt door het perspectief van de lens.

Ook opnamen waarbij ik wat meer afstand neem, lukken prima. Het ledlicht van mijn Light&Motion lamp kan ik bundelen of in flood-stand gebruiken. Op grotere afstand moet ik het licht wel bundelen want anders heeft het geen effect.

De meeste opnamen zijn ondiep gemaakt waar het natuurlijke licht de belangrijkste lichtbron is. Op het lcd-scherm van de camera zien de foto’s er heel behoorlijk uit.

Resultaat

Thuis op de computer ben ik ook absoluut niet ontevreden over het resultaat. De belichting en contrast zijn eigenlijk prima. Wel hebben meeste foto’s een lichte groenzweem. Helaas heb ik geen RAW-bestanden, maar de zweem is ook wel uit de JPEG-bestanden te halen. De scherpte is prima, zeker als je het formaat van de beeldsensor in ogenschouw neemt. Helemaal tevreden ben ik over de unieke composities die ik heb kunnen maken door de flexibiliteit in positioneren van de camera. Ik geloof niet dat ik ooit zo tevreden was over het resultaat van een eerste duik met een voor mij nieuwe camera.

Conclusie

Ik vind de Coolpix W300 een heel leuke camera. Een absolute aanrader voor duikers die niet te veel poespas willen. Ze kunnen met deze camera soms met beelden bovenkomen waar profs met een heel uitgebreide digitale spiegelreflex sacherijnig van zullen worden. Uiteraard heeft de camera ook zijn beperkingen, maar voor het aanschafbedrag krijg je heel veel waar voor je geld.

Als je serieus onder water wil gaan fotograferen, is een camera alleen niet genoeg en moet je de camera kunnen uitbreiden met een macro- en groothoekconverter, een onderwaterhuisje en externe flitsers. Wat dat betreft ben je met de Olympus Tough veel beter uit omdat daar talloze uitbreidingen voor op de markt zijn die van de camera een all-round onderwatercamera maken.

Dit bericht delen

Ron Offermans
Ron Offermans

Ron Offermans is professioneel (onderwater)fotograaf. Hij schreef het Handboek Digitale Onderwaterfotografie. www.handboekdigitaleonderwaterfotografie.nl

1 reactie

  1. Leuke test, Ron!

    REAGEREN

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Velden met * zijn verplicht *

Wanneer je de site blijft gebruiken, ga je akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

We zijn wettelijk verplicht om je te informeren en je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies en soortgelijke technieken. Op DuikeninBeeld gebruiken we functionele cookies. Deze cookies zijn noodzakelijk voor het functioneren van de website. Daarnaast gebruiken we analytics cookies. Via Google Analytics worden geanonimiseerd gegevens over het gebruikersgedrag verzameld. Zo kunnen wij zien hoe bezoekers zoals jij de website gebruiken, en kunnen wij op basis daarvan de website verbeteren.

Sluiten