Inloggen

Wachtwoord vergeten?

Duikreporter

Axel Gunderson – Onderzoek in een visvijver

Datum 07-02-2015
Locatie Enkhuizen

Het team van Project Baseline Haarlemmermeer gaat op verzoek van de lokale vissers onderzoek doen in een visvijver. Staan er inderdaad houten palen uit WOII en ligt er een treinstel? En de hamvraag: zit er vis?

Ik heb de persoonlijke toestemming van Cor Kuyvenhoven om zijn foto’s te mogen gebruiken die hij heeft gemaakt van deze duik!

Tijdens de december schoonmaakduik van 2014 in het Haarlemmermeerse bosplas had ik Gerard van de Hengelsport Vereniging te Enkhuizen ontmoet. Hij had toen gevraagd of wij eens onder water wilde kijken in een visvijver, omdat ze geen idee hadden hoe het er onder water uit zag.

Er was sprake van houten palen die in de tweede wereld oorlog tegen stropers onder water waren geplaatst en er zou een treinstel liggen. De grootste vraag was eigenlijk of er wel vis in zou zitten.

Hij kende Project Baseline Haarlemmermeerse bosplas via de voorzitter van de Hengelsport Vereniging Haarlem, die ons helpt bij de schoonmaak dagen. Gerard wist dus dat we anders keken naar de onderwaterwereld dan anderen. Ik ben altijd voor dit soort projecten te porren en een datum was snel geprikt. Ik zou proberen duikers te regelen om mee te helpen.

7 februari 2015 was het zover. John, Cor, Eric, Ilse en Flip hadden zich via Facebookpagina van Project Baseline Haarlemmermeer aangemeld voor dit onderzoek. De weersvoorspelling was nou niet echt rooskleurig want er was ijzel voorspeld, maar op het moment dat John en ik vertrokken was er nog geen vuiltje aan de lucht. Onderweg miezerde het wel wat, maar gelukkig was er voldoende zout gestrooid. Eenmaal in Enkhuizen werden wij warm verwelkomd met koffie, thee en koek.

Axel1

We konden ons overdekt omkleden in het schuurtje waar een terraswarmer stond te branden. Er waren ook leden van de Hengelsport vereniging gekomen om te kijken, want die waren reuze benieuwd of de mythes klopten. Voor de meeste vissers is het een mysterie wat er zich onder het wateroppervlak bevind, hoewel sommige liefhebbers zelf eerst gaan snorkelen of zelfs speciale onderwatercameraatjes hebben om een kijkje te nemen.

De visvijver die naast het spoor ligt is 400 meter bij 90 meter groot en is rondom voorzien van een oude beschoeiing. We lopen eerst even een rondje om de plas en uit het riet vliegt een Bokje (een soort snip) op. Gerard verteld verder over de plas en even later vliegt er ook een winterkoninkje weg vanuit het riet. Langs de kanten vallen mij direct de resten van mosseltjes op. Dit zijn duidelijk zebramossels, die door watervogels zijn opgevist en er liggen hier trouwens ook veel konijnenkeutels. Boven water is er dus leven genoeg.

De plek waar het treinstel zou moeten liggen wordt aangewezen, want men heeft hier donkere rechthoekige schaduw gezien. Hoe het er onder water “echt” uitziet is echter een raadsel voor de hengelsporters en daarom gaan we nu maar eens een kijkje nemen.

Axel2

Met zes duikers is het een behoorlijk oppervlak om te bestrijken en we zullen lang niet alles kunnen zien. De kans is dus heel groot dat de aanwezige vissen al lang vertrokken zijn voordat wij ze überhaupt kunnen zien. De duiktijd zal ook enigszins beperkt zijn vanwege de koude.

Eenmaal omgekleed lopen we met gevolg naar een instap plek halverwege, want er ligt ook een gedeelte ijs op het water. Het ijs is ongeveer een centimeter dik en ik weet niet of we daar doorheen kunnen komen als we naar boven willen. IJs kan soms verraderlijk taai zijn.

De instructies zijn voor de duikers eenvoudig. Kijken en onthouden wat je ziet en opvalt en neem een watermonster en sedimentmonster.

Ilse en Eric gaan duiken samen en nemen wat monster potjes mee. Zij steken de plas dwars over en gaan dan langs de oever naar links. Flip en John gaan direct naar links. Cor en ik gaan op zoek naar het treinstel en ik probeer zoveel mogelijk details in mij op te nemen en te fotograferen.

We gaan op de beschoeiing zitten en laten ons in het water zakken. Vol verwachting steek ik mijn hoofd onderwater. Mmm… deze plas voldoet precies aan verwachting van de doorsnee Nederlander, oftewel mega troebel. Cor en ik moeten eerst nog even een stukje zwemmen, want dat is minder erg dan lopen met een zware dubbelset over een modderig pad. We komen aan op de plek waar vermoedelijk het treinstel zou moeten liggen.

Het water is wat geel/groen van kleur en de storm van gisteren heeft de boel aardig omgewoeld. Gerard had de weken ervoor met enige regelmaat de helderheid bekeken en en dat was redelijk. Op Google Earth kon je ook al duidelijk het kleurverschil zien tussen een doorgaans heldere plas en deze visvijver. Het zicht is horizontaal minder dan een meter dus dat is wel jammer, maar ja ik had mij daar al een beetje op ingesteld. Het is wel lastig, want je kunt je daardoor minder concentreren op het rondkijken, omdat je elkaar niet uit het oog wil verliezen. We hebben tenslotte geen idee wat we onder water zullen aantreffen. Water temperatuur is twee graden en aan de oppervlakte zelfs 1 graad Celsius. We moeten maar eens kijken hoe lang we het uithouden.

De kanten lopen recht naar beneden en daar ligt een rand puin. Zodra je een paar meter van de kant bent verwijderd wordt het al snel een slappe pudding van lichtgrijze klei en de dieptemeter blijft op een 2,7 meter diepte steken. De bruinrode aanslag op de klei met kleine kratertjes tekenen het onderwaterlandschap. De bruinrode kleur wordt mogelijk veroorzaakt door de aanwezige kiezelwieren zoals Surirella die (wat later zou blijken onder de microscoop) in grote hoeveelheden voorkomen in de bodemmonsters.

Wat mij direct ook opvalt zijn de sleepsporen over het sediment en dat moeten wel kreeftensporen zijn. Flip en John zijn deze kreeften dan ook op de eerste duik tegengekomen, maar jammer genoeg kunnen we niet bepalen welke soort dat zou kunnen zijn geweest. Ik haal een monsterpotje uit mijn zak en vul deze met een toplaagje van het sediment. Cor neemt ondertussen foto’s en ik vraag me af of het met dit zicht nog wat kan worden. Hij heeft bewust voor de kleine domeport gekozen, om nog dichterbij het onderwerp te kunnen komen. We zien echter nergens vis.

Ik laat dan ook de hoop een beetje varen om vis tegen te komen, maar er is evengoed genoeg ander spul te zien. Kleine oases van losse plantwortels trekken hydra’s aan en visbloedzuigers, maar ik zie dan toch ook Quagga mosselen. “Naast de zebramossel komt ook deze mossel uit het Kaspische gebied en verspreiden zich wereldwijd in een hoog tempo”.

Je zou zeggen dat dat niet erg is. Ze filteren tenslotte het water, maar de meningen zijn verdeeld. In Amerika worden ze niet gewaardeerd, terwijl ze in Nederland omarmt worden omdat water helderder wordt als deze soort in grote getalen verschijnt. Dat is mooi, maar als de fijne balans door een nieuwe soort wordt veranderd, dan kan dat grote gevolgen hebben. Het effect kan de eerste jaren positief zijn, maar kan daarna misschien wel negatief uitpakken. Men weet het op dit moment gewoon niet.

Er liggen nu nog slechts enkele quagga mosselen op de zachte bodem, maar dat kan over een paar jaar anders worden, zoals we dat ook zien in de Zegerplas. De inheemse zwanenmossel of schildersmossel kom ik gelukkig vaker tegen en nog levende exemplaren ook. Sommigen liggen diep in het sediment, met alleen de sifon er net bovenuit stekend. Deze mosselen filteren veel beter dan driehoeksmosselen, maar ze worden vaak gezien als een makkelijk en voedzaam hapje.

Cor en ik komen even boven water om ons te oriënteren. We zitten in het midden en we besluiten schuin naar de kant toe te zwemmen. Om hier een treinstel tegen te komen is een spannend idee, maar zo’n groot ding kun je niet gauw over het hoofd zien toch? Onderweg komen we twee speervormige uitsteeksels tegen. Ze voelen hard en stevig aan en even denk ik dat het metalen antennes zijn of zo. Na wat foto’s maak ik één van de uitsteeksels schoon. Het is een houten staak, wat dan wel het restant moet zijn van de vele palen die hier gestaan hebben en tijdens de tweede duik kom ik meerdere tegen. Dit was dus geen mythe, maar een waar verhaal. We lijken wel een beetje op “GUMB” duikers. Global Underwater Myth Busters.

Als we klaar zijn met de eerste duik, krijgen wij direct de vraag, “Hebben jullie vis gezien of het treinstel?” Helaas niet, “maar wel kreeften!” geven John en Flip aan die ook boven zijn gekomen. Ilse en Eric hebben watermonsters en sediment monsters genomen en vertellen dat ze vooral veel watervlooien en roeipootkreeftjes hebben gezien. Hun maximale diepte was 3,7 meter.

Het wil natuurlijk niet zeggen dat er geen vis zit, want vissen kunnen onze bellenherrie wellicht niet verdragen en slaan op de vlucht voordat wij ze kunnen zien. Het valt qua vis dan wel tegen, maar er is toch veel meer dan het blote oog laat zien. Dat kun je echter niet aan de haak slaan. Zonder dat macro en microleven kan een vis zich niet of nauwelijks reproduceren dus in dat opzicht is er op dit moment voedsel genoeg. De vraag is dan of er ook genoeg macroleven (onder andere watervlooien en roeipootkreeftjes) zijn na de vissenpaai.

Na de eerste duik krijgen we een heerlijke lunch aangeboden en we vertellen wat we wel hebben gezien. Het is lekker warm in het gebouwtje, maar we willen toch nog even een tweede keer duiken. We worden in de watten gelegd en de verleiding is groot om te blijven zitten, maar desondanks moesten we nu toch echt weer aan de slag.

Ilse en Eric en Cor hebben nog andere afspraken en we nemen afscheid en ik bedank ze voor de hulp.

Axel3

John, Flip en ik gaan voor een tweede duik. In de oostelijke hoek waar nog wat ijs ligt, is het minder diep en ik zie een ligplek van een vis die circa 30 cm lang is. Dan zit er dus toch wat! Ik kijk links van mij waar John rustig naast me zwemt. Ik kijk rechts en….waar is Flip? Ik schijn in de rond met mijn 2200 lumen lamp in de hoop dat Flip ons kan zien, maar dat verstrooid compleet in dit troebele water. Dan voel ik iets tegen mijn vinnen aan zwemmen. Ik tik John aan en zeg in gedachte “Ik heb hem weer GEVONDEN hoor John!” We draaien wat rond en hergroeperen weer. In dit stuk is het zicht minder dan een halve meter.

Ik maak filmopnames, maar het frequente omkijken naar je buddies maken de opnamen onrustig. In de waterkolom zie ik watervlooien en roeipootkreeftjes bij de vleet. Het is maar goed dat Ilse mij daar op attendeerde. Dit water zit vol leven, wat een perfecte voedingsbodem is voor vis, maar waar zijn ze toch gebleven?

Dan zie ik ineens een donkere vlek. Jajajajaja een afdaling! Zou het dan toch echt dieper zijn? Vol enthousiasme tik ik John en Flip aan om mij te volgen, maar het is slechts een kuiltje van een meter in het rond. Als je bij de rand bent zie je de andere kant van de kuil niet eens. Wat een teleurstellende verrassing.

John krijgt het koud en dus gaan we maar weer eens richting de kant. Ik duw mijn hand in het sediment en dat gaat zonder enige moeite. Er plakt een lichte grijze klei aan mijn wanten en het valt uiteen in fijne melkachtige wolken. In de Haarlemmermeerse bosplas is het sediment juist weer donkergrijs.

Later zou blijken hoeveel leven er in dat sediment zit en wat er zich allemaal hecht op een bosje verhoute plantwortels.

Na de duik worden we getrakteerd op een fantastisch maal bij het eetcafé “Het ken net”. Het weer mag dan wel somber zijn, maar de sfeer is alles behalve somber te noemen. We praten over vissen en de plas en de tijd verstrijkt snel. We horen mooie verhalen over karpers. Het is wel treffend dat vissers net zo passievol over hun hobby kunnen vertellen als duikers over duiken. In dat opzicht delen we de liefde voor het onderwaterleven. Sportvissen is niet mijn hobby, maar ik begrijp ik het gevoel en de ambiance van het “jagen” wel. De voorbereiding, spanning en de adrenaline als de verklikker afgaat en uiteraard het vooruitzicht om de mysterieuze vangst te aanschouwen. Een gepassioneerde visser behandeld zijn/haar vangst met het grootste respect. maar net als bij duikers zitten er soms ook minder (communicatief) bekwame bij.

Er zijn in beide kampen wel eens misvattingen, maar door met elkaar te praten kun je die wat wegnemen. Dat leidt meestal tot meer begrip. Dan blijkt dat menig visser ook wel eens een duikje wil wagen en dat spoor ik natuurlijk dan vol enthousiasme aan.

“Als je gaat duiken, vraag dan altijd aan de in de nabijheid aanwezige vissers hoe hun lijnen liggen en blijf uit de buurt. Mocht je onverhoopt toch een lijn zien met aas eraan, blijf er dan van af.

Axel4

Stel dat je een decoboei oplaat en deze wordt los gesneden door opvarenden van een bootje, dan ben je ook niet blij. Het zou kunnen voorkomen dat je onverhoopt vast komt te zitten in een vislijn. Als je dan als laatste redmiddel echt moet snijden, neem dan de vislijn, lood en aas mee en geef het terug aan de visser. In oude verloren vislijnen kunnen kunnen duikende watervogels dodelijk verstrikt raken en daarom heeft Project Baseline Haarlemmermeer dat onder de aandacht gebracht bij lokale vissers. Het Meldpunt Verloren Vistuig (www.pbhbos.blogspot.nl) heeft bij enkele vissers de ogen geopend, want men had geen idee van de effecten van verloren vistuig. Door aandacht hier aan te besteden kan een visser (Die er voor open staat) zijn/haar technieken verbeteren om verlies te verminderen of te voorkomen”.

Ik kon niet wachten om de monsters onder de microscoop te leggen. Ik kijk in een potje oppervlakte water en zie al tientallen roeipootkreeftjes en watervlooien er in zitten. Als je denkt dat het zichtbare leven onder water mooi is, dan voegt de microscoop daar nog even een extra dimensie aan toe. Het is ongelooflijk dat bijvoorbeeld een watervlo van één millimeter groot, een hartje in de rug heeft zitten die circa 300 keer per minuut klopt. Het heeft maar een oog, wat aan ragfijne draadjes vast zit en beweegt continue. Als je nagaat dat er in een dun filmlaagje sediment van 15×15 millimeter nog vele tientallen andere soorten organismen kunnen zitten dan krijg je een misschien een idee hoe enorm groot deze microwereld eigenlijk is.

Deze microwereld verteld ons ook hoe voedingsrijk een plas is op het moment dat de monsters zijn genomen. De condities veranderen natuurlijk gedurende het jaar, maar voor deze plas geldt op dit moment “Matig verontreinigd” en dat zegt dat de waterkwaliteit “goed” is te noemen en we zijn benieuwd hoe dat zich ontwikkeld als het warmer wordt

Het was een waardevolle en leuke dag, waarbij een duik in troebel water toch bijzonder leuk kan zijn als je met een ander doel duikt.

Axel5

Dit bericht delen

Axel Gunderson

Hoi, Ik ben Axel Gunderson en duik pas sinds 2006. Sinds 2012 ben ik teamleider Project Baseline Haarlemmermeer.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Velden met * zijn verplicht *