Inloggen

Wachtwoord vergeten?

Duikreporter

René Weterings – Wie niet waagt, wie niet wint…

René vertrok voor dag en dauw naar Zeeland in de hoop op een ontmoeting met de sepia’s, zijn eerste poging was niet wat hij hoopte. Maar in zijn tweede duik heeft hij meer geluk. 


Datum: 27-5-2017
Duiklocatie: Bergse Diepsluis

duikreport-call-to-action-350x85

De eerste duik van vanochtend was een leuke, maar ik vond niet waar ik op hoopte. Heel even twijfel ik wat ik zal doen, naar huis rijden of nog een duik maken. De volle tweede fles in de auto lonkt en het besluit volgt snel…ik ga nog een keer. Wie niet waagt, wie niet wint was het toch?

Waarom ook niet? Ik ben vanochtend belachelijk vroeg mijn bed uit gekropen om naar de Bergse Diepsluis te gaan in de hoop om sepia’s te spotten en vooral ook om ze eens leuk te kunnen fotograferen. Het feit dat ik dan niet tussen teveel andere duikers hoef te duiken is een mooie bijkomstigheid. Nu ik hier op de parkeerplaats sta na de eerste duik zie ik de auto’s toestromen. Een groot deel is van een club en die liggen er doorgaans niet zomaar in, daar gaat eerst een heel ritueel aan vooraf. Dus ik drink flink wat water, wissel snel mijn fles om, doe een plasje en trek mijn pak weer aan. Snel weer het water in voor de grote meute!

Tijdens mijn eerste duik vond ik de meeste stokken en sepiatentjes links van de instap, dus ik kies er voor om helemaal links te starten. Het water staat gelukkig nog net hoog genoeg om ter plaatse te water te gaan zonder benen brekende capriolen. Het zonnetje laat zich inmiddels al goed zien en voelen, de temperatuur gaat weer rap omhoog op deze zomerse dag. Het wordt aardig warm in mijn pak na de wandeling naar het water. Ik trek mijn vinnen aan en ga meteen op zoek naar de diverse sepiatentjes. Het duurt niet lang of ik vind de eerste en zie dat deze helemaal leeg is. Hmm, volgens mij had ik deze tijdens mijn eerste duik nog niet gezien, ik kijk nog maar eens extra goed rond en vind nog meer onbekende tentjes.

De een na de ander zoek ik op en ondertussen moet ik de oorkwallen ontwijken. Sommige tentjes hebben een beetje sepia eitjes en anderen zijn alleen helemaal begroeid. Bij een van de tentjes is een stok die helemaal vol hangt met pijlinktvis eitjes. Het is zo mooi dat ik er wel een foto van moét nemen. Ik zigzag verder over de bodem en houd mijn kompas in de gaten, ik wil een zo groot mogelijk gebied bestrijken om geen sepiatentjes te missen. Nadat ik voor mijn gevoel alles heb bekeken, begint de moed me in de droogpakschoenen te zakken. De hoop op een ontmoeting met sepia’s spoelt langzaam weg in het zoute water van de Oosterschelde.

Ik vervolg mijn weg richting de duiktrap en tref een groep grote, hoge stokken aan die ook weer erg mooi begroeid zijn. Omdat ik niet echt meer op sepia’s reken, wil ik deze duik wel lekker fotograferen. Dus ik leef me nog wat uit op deze stokken en probeer wat instellingen uit. Na een paar minuten houd ik het voor gezien en duik ik verder. Dan zie ik twee bossen met takken voor me, die herken ik nog van de eerste duik. Ik weet dus dat ik nu weer dicht bij de trap ben. In eerste instantie heb ik niet veel aandacht voor de takken, maar dan ineens herken ik de vorm van een sepia tegen de takken. Ik heb deze duik mijn duiklamp nog niet aangehad, ondanks het matige zicht, dus het gemis aan contrast zorgt er bijna voor dat ik deze sepia miste. Het diertje is eitjes aan het afzetten, zie ik dat nou goed?

Wat gaaf zeg, ik ben meteen in een jubelstemming. Maar ik besef me ook maar al te goed dat ik nu de rust moet bewaren en het dier niet moet storen en laten schrikken. Dus ik houd even een gepaste afstand en kijk het eerst even aan. Ik merk dat het sepia vrouwtje aan mijn aanwezigheid went en ik probeer wat eerste voorzichtige foto’s. Mijn instellingen zijn zodanig dat ik maar op dertig procent flitskracht hoef te werken, dus dat scheelt ook. Af en toe gaat het sepia vrouwtje op een meter afstand van de takkenbos op het zand liggen, ik hang er een stukje boven en wacht tot ze weer actief wordt. Met het matige zicht moet ik haar niet uit het oog verliezen. Stiekem hoop ik natuurlijk dat er nog een mannetje bij komt, dus zo houd ik ook wat ruimte. Dat is helaas niet het geval, maar als ze weer actief wordt benader ik haar en probeer zo wat mooie foto’s te maken. De lichtgroene achtergrond doet nu wonderen voor de foto’s, dat is weer eens wat anders dan mijn foto’s bij de regulier avond-en nachtduiken. Ik geniet met volle teugen van het schouwspel, dit heb ik echt gemist de afgelopen jaren.

Het leggen van de eitjes heb ik mooi op foto kunnen vastleggen en probeer het sepia vrouwtje nu ook op het zand te benaderen voor een goede close up. Heel voorzicht “kruip” ik centimeter voor centimeter dichterbij en probeer daarbij ook mijn ademhaling te timen. Dat valt natuurlijk niet mee, maar geduld is een schone zaak en levert vaak ook wel iets op. Zo ook dit keer en ik kan gelukkig heel dicht bij het sepia vrouwtje komen voor wat leuke foto’s. Wat blijft het gaaf om deze dieren te ontmoeten in de Oosterschelde, maar wat is het toch jammer dat door diverse factoren de aantallen sepia’s echt dramatisch klein zijn ten opzichte andere jaren. Ik hoop maar dat het tij nog keert in de toekomst. Ondertussen raakt mijn lucht echt ver op, ik neem symbolisch afscheid van het sepia vrouwtje en duik rechtstreeks naar de trap. Met een flinke glimlach stap ik uit het water, voor vandaag ben ik tevreden en ik ben die zomerse dag in mei toch maar mooi gestart met twee heerlijke duiken. Nu snel de spullen opbergen en in rap tempo terug naar mijn vrouw en kinderen, straks duiken we weer….maar dan zonder duikspullen het zwembad in ter verkoeling en vermaak!

Max. diepte 9,5m, temp. 18gr.C., zicht 1-3m, duiktijd 75min.
Duik 746 (Bergse Diepsluis, zaterdag 27-5-2017, 7.30u)

2 reacties

  1. Avatar

    Hallo Renee,

    Leeuk om te zien dat mijn stokjes in ieder geval gebruikt worden!
    Volgens Bas van der Sanden gaat (waarschijnlijk, het is nooit onderzocht denk ik) het aantal sepia’s helemaal niet achteruit maar doordat op zoveel plaatsen stokjes staan verspreden ze zich en zie je dus geen grote concentraties meer. Een aanwijzing hiervoor is dat je in de zomer wel grote aantallen jonge sepia’s ziet.

    REAGEREN
    • René Weterings

      Hallo Leendert,

      Ja jouw stokken zijn goed gebruikt, er hangt ook een mooie bos met eieren van de pijlinktvis in.
      Het is inderdaad zo dat er wat meer stokken gezet worden her en der, maar ik vind het aantal eitjes wat op deze stokken zit over het algemeen ook maar matig. Dus ik durf die theorie niet te onderschrijven. Er zullen ongetwijfeld meerdere factoren meespelen, zoals visserij, klimaat, windmolenparken en meer verspreiding.

      Gr. René

      REAGEREN

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Velden met * zijn verplicht *

Nieuwsbrief