Inloggen

Wachtwoord vergeten?

Reizen

Overweldigend Curaçao! (3)

“Wat een kleurenpracht, ik weet haast niet waar ik moet kijken. Een slangaal laat zich tussen het koraal zien, een gevlekte trekkervis schiet snel weg. Grote waaierkoralen wapperen zachtjes heen en weer, de duik vliegt voorbij.” Onderwaterfotograaf René Weterings sluit zijn drieluik over Curaçao af.

Playa Porto Marie in het westen staat op het programma – bekend van de vrijlopende varkens die soms zelfs in het water te vinden zijn. Met Daan van Rebel Diving Curaçao hebben we  een gegidste duik en een tweede introduik voor dochter Isis geregeld. Het heeft die nacht geregend, het weer is wat wisselvallig vandaag.

Deel 1 en 2 gemist?

Heb je de eerste twee delen gemist? Klik voor deel 1 respectievelijk deel 2.

Rene_Weterings_Curacao_006
Rene_Weterings_Curacao_015

De lucht wordt steeds donkerder als we bij het strand zijn. Pas als de dreiging van onweer is geweken, ga ik samen met Isis en Daan het water in. We duiken over de zandvlakte naar de rand van het rif en zien het dubbelrif  al liggen. Tussen het ondiepe en diepere rif ligt namelijk een soort vallei van zand. Sponzen en koralen wisselen elkaar af, kleine scholen vis cirkelen er omheen, in de verte zie ik een barracuda. Isis laat mij enthousiast een grote groene murene zien en ik vind zelf een paar mooie anemonen.

RENE_WETERINGS_Curacao_1083_Porto_Mari_086
RENE_WETERINGS_Curacao_1083_Porto_Mari_048

Een gevlekte trekkervis zwemt zenuwachtig weg en een juffertje gaat met mij dapper de strijd aan. Hij is blijkbaar niet van mijn aanwezigheid gediend. Ik zie Isis genieten, het duiken gaat haar goed af. Daan houdt de kleine groep goed in de gaten, ook zij geniet zichtbaar. We duiken langs de reefballs, die circa twintig jaar geleden aan de oostkant van het rif zijn geplaatst. Toch zijn ze eigenlijk niet eens zo heel erg mooi begroeid, koralen groeien natuurlijk ook niet snel. Er wordt hier regelmatig een frogfish gezien, maar ik kan hem helaas niet vinden. Maar toch.. het is gewoon een hele mooie duik.

Na de lunch maakt Cindy, die de eerste duik op het strand is gebleven, een duik met Daan. De lucht is ondertussen weer donker geworden. En dan lijkt de hel opeens los te barsten, de regen komt met bakken naar beneden! Het regenwater stroomt via de weg het strand op en zorgt ervoor dat de baai in korte tijd verandert in een modderstroom. Gelukkig heeft Cindy er tijdens de duik geen last vangehad – de groep was net op tijd uit het water.

Christoffelpark

Tijdens een eerdere rit naar Playa Grandi zijn we er al langs gereden. Het Christoffelpark, een nationaal park en natuurgebied op het uiterste puntje van Curaçao. Een bezoek aan dit park stond op ons lijstje van  ‘dingen die we willen doen’. De wandeling naar de 377 meter hoge Christoffelberg slaan we vandaag over, we gaan het park met de auto bezoeken. Na een stevig ontbijt met uitzicht over de Caribische Zee en een bezoekje van een kleine schorpioen op ons terras vertrekken we richting het westen. Onderweg passeren we mooie muurschilderingen in Sint Michiel en de kleurrijke huisjes langs de hoofdweg. Maar we zien ook een minder mooie kant van Curaçao, namelijk de vele zwerfhonden en het zwerfafval. Een paar keer zien we een gedumpte dode hond langs de kant van de weg liggen, een treurige aanblik. We zetten het snel uit ons hoofd en vervolgen onze weg.

De weg is smal en leidt ons via hele steile hellingen door een woud van cactussen en andere dichte vegetatie.

Landhuis Savonet, onderdeel van de vroegere plantage (sinds ca. 1662), vormt samen met de bijgebouwen de ingang van het park. We halen een toegangsbewijs en beginnen aan de overkant van de weg aan onze tocht. De weg is smal en leidt ons via hele steile hellingen door een woud van cactussen en andere dichte vegetatie door het park. We hebben vaak zicht op de Christoffelberg en in de verte kleuren bloesems de heuvels geel. De uitkijkpunten geven ons een weidse blik op de omgeving. Buiten de pick-up voelen we goed hoe warm het is, de wind lijkt wel een föhn. Een kleine wandeling naar de bezienswaardigheden zorgt voor zweet op onze ruggen. De airco van de pick-up doet goede zaken om ons weer wat af te koelen.

Rene_Weterings_Curacao_016
Rene_Weterings_Curacao_017

Shete Boka

Na de mooie rit door het Christoffelpark rijden we ook nog even langs de oostkust, die sinds 1994 onderdeel uitmaakt van nationaal park Shete Boka. We kunnen met de auto heel dicht bij de kust komen, waar de ruige zee hard tegen de kust slaat en het water tot grote hoogtes laat opspatten. Tot ver aan de horizon zien we dit soort indrukwekkende schouwspellen. Op de terugweg naar ons appartement zien we kleine papegaaien en af en toe vliegt een roofvogel met de naam ‘caracara’ voorbij. Curaçao heeft een verrassend mooie flora én fauna.

Rene_Weterings_Curacao_018
Rene_Weterings_Curacao_019

Watamula

Duiken op het meest westelijke puntje van Curaçao schijnt heel mooi te zijn. Al voordat we op Curaçao waren, had ik bij met Daan van Rebel Diving Curaçao een plekje voor een bootduik naar Watamula gereserveerd. Cindy houdt daar niet zo van, dus zij gaat deze dag met de kinderen naar een binnenspeelplaats in Willemstad. Ik word door Daan bij ons appartement opgehaald en samen rijden we naar de baai, waar de RIB al voor ons klaar ligt.

Een duidelijk briefing geeft de nodige informatie en mijn zin in de duik wordt alleen maar groter. De boottocht duurt ongeveer twintig minuten en ik geniet van het uitzicht op de ruige kustlijn. De zee is vrij kalm, al klapt de RIB af en toe flink op het water. Zodra we het sein krijgen, maken we ons klaar voor de duik en laat ik mijzelf achterover van de boot rollen. Mijn camera wordt netjes aangegeven en samen dalen we af naar het rif.

RENE_WETERINGS_Curacao_1071_Watamula_076
RENE_WETERINGS_Curacao_1071_Watamula_083

— Wat een kleurenpracht, ik weet haast niet waar ik moet kijken. Een slangaal laat zich tussen het koraal zien, een gevlekte trekkervis schiet snel weg. Grote waaierkoralen wapperen zachtjes heen en weer, de duik vliegt voorbij. —

De dichtheid van de koralen en sponzen valt meteen op, niet te vergelijken met de riffen bij de strandjes. Overal groeien zachte koralen die prachtig in de lichte stroming deinen. Grote sponspartijen wisselen het geheel af en er is een grote hoeveelheid vissen te zien. Wat een kleurenpracht, ik weet haast niet waar ik moet kijken. Een slangaal laat zich tussen het koraal zien, een gevlekte trekkervis schiet snel weg. Een juveniele Franse keizersvis valt op door zijn kleuren en overal waar ik kijk zwemmen scholen juffers. Papegaaivissen knabbelen aan het koraal en felblauwe visjes scholen boven de harde koralen. Grote waaierkoralen wapperen zachtjes heen en weer, de duik vliegt voorbij. Op vijf meter diepte maken we de veiligheidsstop, waarna we netjes door de kapitein van de RIB worden opgepikt.

Blue Room en Sponge Forest

We varen terug naar een beschutte baai voor een eenvoudige lunch aan boord. Schildpadden komen aan het wateroppervlak en pelikanen bombarderen het water. Na deze korte pauze varen we naar de duikplaats ‘Blue Room’ of in het Nederlands de ‘Blauwe kamer’. Het is een ondiepe grot met de opening net onder het wateroppervlak. Een paar waaghalzen zijn vanaf de kant naar hier geklauterd en springen vanaf hoogte in het water om te snorkelen. Dat kan namelijk ook, in de grot is een grote luchtbel aanwezig. De kapitein merkt dat er wat stroming staat en geeft ons de instructie om snel naar de kant te zwemmen. Ik mag als eerste, maar het lukt mij niet. De kapitein besluit nog dichter naar de kust te varen en ik laat mij meeslepen. Nu lukt naar de kant zwemmen wel en voor we het weten dalen we af en doemt de donkere opening van de grot op.

Eenmaal in de grot wennen mijn ogen aan het gedempte licht. De rotsen zijn als een tapijt begroeid met oranje anemoontjes. Grote scholen vis cirkelen in de grot rond de rotsen, ik vind een kleine beerkreeft en even verderop zit een knoeperd van een krab. We besteden voldoende tijd in de grot, waarna Daan ons gebaart mee te komen. Tijdens de briefing vertelde ze ons al dat we aansluitend een duik over ‘Sponge Forest’ zouden maken. Sponzen groeien hier inderdaad in overvloed, al vind ik de duik redelijk vergelijkbaar met Watamula. De stroming is sterk, het is een echte driftduik. Na zo’n veertig minuten maken we onze veiligheidsstop om niet van het rif af te worden geblazen.

Op de terugweg geniet ik na van deze mooie duikdag. De zee is wat ruwer, het zeewater spat in mijn gezicht, maar het deert mij niet. Ik droom weg met het uitzicht op de kustlijn en ik besef me wat een heerlijke vakantie we op Curaçao hebben. Ik weet zeker dat we nog eens terug gaan.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Velden met * zijn verplicht *

Nieuwsbrief