Inloggen

Wachtwoord vergeten?

Duiken / Natuur / Nederland

Exotische schelpdieren in Goese Meer

In onze wateren, zoet, zout en brak, worden steeds meer exotische schelpdieren aangetroffen. Toch zijn de recente waarnemingen van drie exotische schelpdieren in het Goese Meer opmerkelijk te noemen. Hoe hebben deze dieren dit gebied gevonden? Zijn ze hier via een natuurlijke route terechtgekomen? Of hebben mensen al dan niet opzettelijk de schelpdieren in dit brakwatermeer geïntroduceerd?

De afgelopen jaren zijn er in het Goese Meer, bij Goes op Zuid-Beveland, drie niet van oorsprong inheemse tweekleppige schelpdieren aangetroffen. Het betreft de Amerikaanse zwaardschede, Amerikaanse venusschelp en de Filipijnse tapijtschelp. Het Goese Meer ligt dicht bij de Oosterschelde, waar deze dieren al veel langer voorkomen. De Amerikaanse venusschelp is in de vijftiger jaren van de vorige eeuw door menselijk handelen in de Oosterschelde geïntroduceerd. De Amerikaanse zwaardschede is via geloosd ballastwater van zeeschepen in 1979 in de Europese kustwateren terechtgekomen. In 1982 werden er voor het eerst exemplaren in de Nederlandse Waddenzee aangetroffen, waarna ze uiteindelijk ook in de Oosterschelde terechtkwamen. Deze Amerikaanse tapijtschelp is voor het eerst in 2008 in de Oosterschelde waargenomen en is hier zeer waarschijnlijk als gevolg van import van schelpdieren gearriveerd.

 

schelpdieren-natuurbericht-peter-van-bragt

De drie soorten exotische schelpdieren van het Goese meer: v.l.n.r Amerikaanse venusschelp, Amerikaanse zwaardschede en Filipijnse tapijtschelp

 

Toch is het enigszins opmerkelijk dat deze schelpdieren nu ook het Goese Meer hebben bereikt. Het meer staat niet in directe verbinding met de Oosterschelde. Er is weliswaar een verbinding via het havenkanaal van Wilhelminadorp naar het Sas, maar die is aan het uiteinde door een sluis versperd. En het water in dit kanaal stroomt in principe alleen maar richting de Oosterschelde. Verder is het Goese Meer door een landstrook van ongeveer 1 kilometer van de Oosterschelde afgescheiden. Het is daarom niet zo duidelijk dat zeedieren uit de Oosterschelde op eigen kracht de weg naar het Goese Meer hebben afgelegd. Mogelijk zijn er larven van de dieren meegelift met watervogels die van de Oosterschelde naar het meer zijn gevlogen. In dat geval is deze migratie met een zogenaamde natuurlijke vector gerealiseerd. Het is echter niet uitgesloten dat er uiteindelijk toch larven met het schutten van schepen in de sluis van het havenkanaal in het kanaal terechtkwamen, die vervolgens verder gemigreerd zijn naar het meer. Het is niet waarschijnlijk, maar we kunnen ook niet uitsluiten dat de dieren al dan niet opzettelijk door menselijk handelen hier zijn beland. Mogelijk zijn ze als verstekeling met de scheepvaart van de Oosterschelde naar Goes en het meer gereisd.

 

De autochtone Brakwaterkokkel komt na de opkomst van de exoten veel minder voor in het Goese Meer

De autochtone Brakwaterkokkel komt na de opkomst van de exoten veel minder voor in het Goese Meer

 

Dat deze exoten zich in het brakke water van het Goese Meer thuis voelen is minder opmerkelijk. Een typische eigenschap van de meeste exoten is dat ze in heel diverse omstandigheden kunnen gedijen. Voor mariene exoten betekent dit dat ze zich vaak in zowel brak water als in zout water kunnen vestigen. De Amerikaanse zwaardschede en de Filipijnse tapijtschelp zijn ook soorten die zich massaal kunnen voortplanten en invasief gedrag vertonen. Dat wil zeggen dat ze in korte tijd grote aantallen kunnen bereiken en door hun massale aanwezigheid dan substantiële ecologische schade kunnen aanrichten. Voor deze twee soorten is dat in de Oosterschelde zeker het geval. En de tapijtschelp is nu ook invasief aanwezig in het Goese Meer. De autochtone brakwaterkokkel was in het Goese Meer het meest algemeen aanwezige tweekleppige schelpdier. Na de komst van de exoten en vooral de nu massaal aanwezige Filipijnse tapijtschelp, is in het Goese Meer het aantal Brakwaterkokkels sterk in aantal achteruit gegaan. De Amerikaanse venusschelp vertoont tot nu toe nog geen expansieve trekjes. De toekomst zal ons leren of deze drie exoten de biodiversiteit in het Goese Meer nog meer gaan bepalen.

Alle waarnemingen van deze en andere schelpdieren of andere zeedieren uit het Goese Meer en alle andere wateren kunnen worden gemeld via de waarnemingsformulieren op de website van Stichting ANEMOON of op de website van Telmee.nl.

Foto’s: Peter H van Bragt
Overgenomen met toestemming van de auteur.

Links:
Stichting Anemoon
Natuurbericht

Dit bericht delen

Peter H. van Bragt

Peter H van Bragt is sinds zijn jeugd al geïnteresseerd in het leven onderwater. Vanaf dat hij begon met duiken (1979) heeft hij zich met name gefocust op het fotograferen en onderzoeken van de Nederlandse mariene biodiversiteit. Zijn interesse gaat hierbij met name uit naar de ontwikkelingen in en de soortenrijkdom van de Nederlandse zeenaaktslakken, en de veranderingen in de biodiversiteit door o.a. klimaatveranderingen en andere veranderingen van de leefomgeving. Hij is ook een fervent en zeer ervaren onderwaterfotograaf. Peter heeft al meer dan 4.000 duiken gemaakt. Vooral in de Nederlandse kustwateren, maar ook veel in de koude wateren van o.a. Noorwegen, Schotland, Canada, Patagonië, Antarctica.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Velden met * zijn verplicht *

Wanneer je de site blijft gebruiken, ga je akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

We zijn wettelijk verplicht om je te informeren en je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies en soortgelijke technieken. Op DuikeninBeeld gebruiken we functionele cookies. Deze cookies zijn noodzakelijk voor het functioneren van de website. Daarnaast gebruiken we analytics cookies. Via Google Analytics worden geanonimiseerd gegevens over het gebruikersgedrag verzameld. Zo kunnen wij zien hoe bezoekers zoals jij de website gebruiken, en kunnen wij op basis daarvan de website verbeteren.

Sluiten